Closer to Memling

EN FR DE

Technieken

Onderzoek door de verflagen heen

Om de schilderijen van Hans Memling te bestuderen is materiaaltechnisch onderzoek toegepast. Dit is een methode binnen de kunstwetenschappen waarbij met de nieuwste wetenschappelijke technieken gekeken wordt naar de verschillende lagen waaruit een schilderij bestaat. Zo’n onderzoek geeft waardevolle informatie over de conditie van de schilderijen, maar ook over de werkwijze van de kunstenaar.

Hierdoor leren we een kunstwerk tot in de kleinste details kennen en kunnen we het op een juiste manier bewaren voor de volgende generaties. KIK-IRPA maakte gebruik van zowel macrofotografie in vier verschillende modaliteiten als infraroodreflectografie om de schilderijen van Hans Memling te onderzoeken en documenteren. Lees verder om meer over die technieken te leren.

Opnametechniek 1: Macrofotografie

Als je de schilderijen van Hans Memling bekijkt, zal het je waarschijnlijk opvallen dat ze ongelofelijk veel details bevatten. Als je zelf een foto zou maken van het werk en inzoomt op de details, wordt het beeld al snel korrelig. Bij macrofotografie worden er verschillende foto’s gemaakt van kleine gedeeltes van een schilderij, soms zo klein als 7.5 x 10 cm. Die worden later digitaal aan elkaar bevestigd, stitchen heet dat. Hierdoor krijg je een afbeelding met een hele hoge resolutie, waardoor je eindeloos in kan zoomen en het beeld haarscherp blijft. Ideaal dus om alle details die Memling in zijn schilderijen stopte te ontdekken!

Macrofotografie: Zichtbaar licht

Overal rondom ons bestaat elektromagnetische straling. Simpel gezegd is dat de beweging van elektrische en magnetische golven door de ruimte. Dit gebeurt zonder dat wij dat merken. De meeste elektromagnetische straling - zoals ultraviolette straling, infrarood en radiogolven - kunnen we niet zien. Het deel dat wij als mensen met het blote ook kunnen zien, heet ‘licht’ - of beter gezegd ‘zichtbaar licht’. Zichtbaar licht bestaat uit dezelfde kleuren die je in een regenboog ziet: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Bij normale fotografie wordt er dus gebruik gemaakt van zichtbaar licht. Het legt vast wat wij ook met onze ogen kunnen zien. Want door heel goed te kijken naar een kunstwerk kan je al heel veel te weten komen.

Macrofotografie: Scheerlicht

Scheerlicht is een andere manier om zichtbaar licht toe te passen. Bij die techniek wordt het schilderij van een kant sterk belicht waardoor de structuur van de oppervlakte goed zichtbaar wordt. Verhoogde verflagen worden belicht, terwijl diepere gedeeltes in de schaduw worden geworpen. Bij dikke verf is dit heel efficiënt. Kunsthistorici kunnen hierdoor de penseelstreken van een kunstenaar bestuderen. Hans Memling schilderde met olieverf, waardoor de structuur veel vlakker is. Dankzij macrofotografie kunnen we deze fijne penseelstreken gelukkig nog wel bestuderen. In dit geval is scheerlicht vooral heel waardevol voor restauratoren om de conditie van een schilderij te bepalen. Het laat namelijk eventuele beschadigingen en opstuwingen van de verflaag zien.

Macrofotografie: Ultraviolette fluorescentie

Ultraviolette straling ligt net buiten het spectrum van zichtbaar licht en kunnen we daardoor niet met het blote oog zien. Net zoals voor je huid kan UV-straling ook schadelijk zijn voor kunstwerken, met name voor werken op papier. Wanneer je UV-straling toepast op bepaalde materialen lichtten die op en worden voor het blote oog zichtbaar. ’Fluoresceren’ noemen we dat. Als UV-straling op een schilderij gericht wordt, raakt de straling niet verder dan het vernis. Die fluoresceert vervolgens en kleurt blauwpaars, oftewel violet. Retouches (kleine overschilderingen om beschadigingen te verbergen) kleuren donker en zijn zodoende te herkennen. Dit levert waardevolle informatie op over de conditie van een schilderij.

Macrofotografie: Infraroodstraling

Net zoals UV-straling kunnen we infrarood niet zien. Maar we kunnen het wel voelen door de warmte die het afgeeft, denk maar aan zonnestralen. Infraroodstraling is heel interessant om te gebruiken, omdat het door de verflagen heen gaat en de voorbereidende schets, oftewel de ondertekening, van een kunstenaar zichtbaar kan maken. Dat geeft ons informatie over de werkwijze van een schilder, maar toont ook of er eventuele veranderingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van de geschilderde, zichtbare oppervlakte. Bij macrofotografie wordt er met een speciale lens gewerkt om infraroodstraling op te vangen. Die techniek is weliswaar beperkt en komt bijvoorbeeld moeilijk door blauwe en groene verflagen heen. Maar daar is een oplossing voor: infraroodreflectografie.

Opnametechniek 2: Infraroodreflectografie

Om de beperkingen van infraroodfotografie op te vangen, werd er in de jaren 1960 een nieuwe techniek ontwikkeld: infraroodreflectografie (IRR). De infraroodreflectografie-camera vangt een groter bereik van golflengtes op en dringt daardoor nog beter door de verflagen heen, met als gevolg dat de ondertekening nog zichtbaarder wordt. Aanvankelijk was de resolutie nog niet erg hoog. Daardoor moesten onderzoekers, net zoals bij macrofotografie, opnames maken van kleinere stukjes van het schilderij en die vervolgens ontwikkelen en met de hand aan elkaar plakken. Een aantal decennia en camera's later gaat dit proces vandaag volledig digitaal en kunnen we IRR-beelden maken met een hoge resolutie. Hierdoor kunnen we de ondertekening nog beter lezen en de geheimen van Hans Memling doorgronden!